ECLI:NL:PHR:2000:AA7360
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis inzake onkostenvergoeding werknemer na ontslag op staande voet
De werknemer vordert vaststelling dat zijn ontslag op staande voet nietig is en betaling van loon en onkostenvergoeding. De kantonrechter oordeelt dat de werknemer bewijs levert van de dienstbetrekking en wijst de loonvordering en onkostenvergoeding toe. De werkgeefster gaat in hoger beroep tegen de onkostenvergoeding en betwist de verschuldigdheid.
In hoger beroep overlegt de werknemer een specificatie van de onkosten, waarop de werkgeefster niet inhoudelijk reageert. De rechtbank bekrachtigt het vonnis grotendeels en verwerpt het bezwaar tegen de onkostenvergoeding wegens onvoldoende gemotiveerd verweer van de werkgeefster.
De Hoge Raad stelt dat de werkgeefster niet de kans heeft gekregen om inhoudelijk te reageren op de specificatie in de memorie van antwoord, waardoor de regel van hoor en wederhoor is geschonden. Tevens is onduidelijk waarop de rechtbank baseert dat de onkostenvergoeding in eerste aanleg voldoende is gespecificeerd. Daarom vernietigt de Hoge Raad het bestreden vonnis en verwijst de zaak naar het hof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het vonnis van 5 maart 1998 wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof voor verdere behandeling.