ECLI:NL:PHR:2000:AA6339
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling stiefouderadoptie en toepassing van leeftijdsverschilvereiste onder het EVRM
In deze zaak verzocht de stiefvader om adoptie van zijn stiefkinderen, waarbij hij niet voldeed aan de wettelijke eis dat de adoptant minimaal achttien jaar ouder moet zijn dan het kind. De rechtbank verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en het hof wees het verzoek af, met verwijzing naar de dwingendrechtelijke aard van deze voorwaarde. De stiefvader voerde aan dat het EVRM, met name artikel 8 en Pro 12, een recht op adoptie zou garanderen en dat de omstandigheden van het geval een afwijking rechtvaardigden.
De Hoge Raad overwoog uitgebreid de jurisprudentie en interpretaties van het EVRM en de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens. Hieruit volgt dat het EVRM geen recht op adoptie verleent, maar wel het gezinsleven tussen adoptiefouder en kind beschermt. De beperking van adoptie door het nationale recht, zoals het leeftijdsverschilvereiste, is gerechtvaardigd en binnen de grenzen van artikel 8 EVRM Pro.
De Hoge Raad bevestigt dat de wetgever pedagogische motieven heeft om het leeftijdsverschilvereiste te handhaven en dat de rechter hieraan geen ruimte heeft om af te wijken, ook niet bij bijzondere omstandigheden zoals in deze zaak. De stiefvader kan zijn opvoedingsrelatie met de kinderen vormgeven via gezamenlijk gezag en geslachtsnaamwijziging.
Het beroep van de stiefvader wordt verworpen, waarmee de wettelijke regeling en de eerdere beslissingen van rechtbank en hof worden bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep van de stiefvader wordt verworpen en het adoptieverzoek afgewezen wegens het ontbreken van het vereiste leeftijdsverschil.