ECLI:NL:PHR:2000:AA5782
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring van werkgever in cassatie wegens ontbreken advocaatondertekening
Hermans-Maasdal B.V. was in een arbeidsrechtelijke procedure betrokken waarbij een werknemer, Gielkens, bij de kantonrechter te Heerlen ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst had verzocht. De kantonrechter had dit verzoek toegewezen en een vergoeding van ƒ 200.000 toegekend aan Gielkens. Hermans-Maasdal ging hiertegen in hoger beroep bij de rechtbank te Maastricht, die het beroep verwierp.
Vervolgens stelde Hermans-Maasdal beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Dit cassatieverzoekschrift was echter uitsluitend ondertekend door de directeur van Hermans-Maasdal en niet door een advocaat bij de Hoge Raad, zoals voorgeschreven in art. 426a Rv.
De procureur-generaal concludeerde dat er geen wettelijke uitzondering bestaat op de eis van ondertekening door een advocaat, ook niet bij klachten over schending van grondwettelijke rechten en fundamentele rechtsbeginselen. Daarom moest het cassatieberoep niet-ontvankelijk worden verklaard.
De Hoge Raad volgde deze conclusie en verklaarde het beroep van Hermans-Maasdal niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van de vereiste advocaatondertekening.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Hermans-Maasdal B.V. wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van advocaatondertekening.