ECLI:NL:PHR:2000:AA5408
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over terugvordering bijstand wegens verzwijging eigen vermogen en wettelijke rente
De zaak betreft een bijstandontvanger die van 1982 tot 1992 een uitkering ontving terwijl hij een hoger eigen vermogen had dan toegestaan en dit niet had gemeld. De gemeente vorderde terugbetaling van de te veel ontvangen uitkeringen over de periode 1990-1992, vermeerderd met wettelijke rente en beslagkosten. De kantonrechter en rechtbank oordeelden deels in het voordeel van de gemeente, maar verwierpen een herberekening van de uitkering met intering op het eigen vermogen.
De Hoge Raad stelt dat een herberekening achteraf wel mogelijk moet zijn, waarbij het werkelijk aanwezige vermogen en de rente daarop in aanmerking worden genomen. De Hoge Raad benadrukt dat de rechtbank haar motivering over de peildatum van de intering onvoldoende heeft toegelicht, en dat de kwestie na verwijzing nader moet worden onderzocht. Verder bespreekt de Hoge Raad de toewijzing van wettelijke rente en beslagkosten, en overweegt dat wettelijke rente als vertragingsvergoeding in de ABW-procedure kan worden gevorderd.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden vonnis en verwijst de zaak naar het hof voor verdere behandeling, met name voor een juiste berekening van de terug te vorderen bedragen en een beoordeling van de wettelijke rente en beslagkosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak voor nadere behandeling naar het hof.