ECLI:NL:PHR:2000:AA4941
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest hof over perceelsgrens en wederzijdse dwaling in burenruzie
In deze zaak staat een geschil tussen buren centraal over de exacte ligging van de perceelsgrens en de plaatsing van een schutting. Verkopers hadden hun perceel verkocht aan kopers, die vervolgens een schutting plaatsten op een plek die volgens verkopers niet overeenkwam met de kadastrale grens. Verkopers vorderden dat de grens volgens de kadastrale tekening werd vastgesteld en dat de schutting werd verwijderd.
De rechtbank verklaarde de grens te lopen zoals op de kadastrale tekening, maar stond kopers toe bewijs te leveren dat partijen een andere afspraak hadden gemaakt over de erfafscheiding. Na bewijslevering oordeelde de rechtbank dat kopers slaagden in hun bewijs en wees het beroep op wederzijdse dwaling af.
Het hof vernietigde de vonnissen van de rechtbank en sprak de door kopers gevorderde verklaring voor recht uit, maar verklaarde kopers niet-ontvankelijk in hun incidenteel appèl had moeten worden verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte kopers ontvankelijk heeft verklaard en vernietigt het arrest van het hof. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het beroep op wederzijdse dwaling niet onterecht is afgewezen, maar dat het hof dit onvoldoende heeft gemotiveerd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verklaart kopers niet-ontvankelijk in hun incidenteel appèl, waarbij het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.