ECLI:NL:HR:2000:AA4941
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Mijnssen
- raadsheer Herrmann
- raadsheer De Savornin Lohman
- raadsheer Hammerstein
- raadsheer Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt grens van percelen en wijst beroep op dwaling af in geschil over erfafscheiding
In deze zaak draait het om de grensafbakening tussen percelen die toebehoren aan verkopers en kopers. Verkoper heeft een deel van zijn perceel verkocht aan kopers, die vervolgens een schutting plaatsten waarvan de locatie werd betwist. De rechtbank oordeelde dat de grens loopt zoals aangegeven op een kadastrale tekening van 1992 en dat de schutting op het perceel van verkopers stond, maar dat kopers konden aantonen dat er een nadere mondelinge overeenkomst was over de plaats van de schutting.
Het hof vernietigde het tussenvonnis van de rechtbank dat de grens bepaalde en verklaarde de schutting de grens te zijn, en legde verkopers een dwangsom op indien zij niet medewerking zouden verlenen aan de registratie van deze grens. Verkopers stelden cassatie in tegen dit arrest.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte kopers ontvankelijk heeft verklaard in hun incidenteel hoger beroep tegen het tussenvonnis, omdat dit vonnis een einduitspraak was waartegen alleen binnen drie maanden hoger beroep openstond. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de schutting de kadastrale grens niet kan wijzigen zonder een geldige aanvullende overeenkomst. Het beroep van verkopers op wederzijdse dwaling wordt verworpen omdat zij akkoord waren gegaan met een meting buiten het Kadaster om. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof, verklaart kopers niet-ontvankelijk in hun incidenteel hoger beroep, bekrachtigt het vonnis van de rechtbank van 4 september 1996 en compenseert de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof, verklaart kopers niet-ontvankelijk in hun incidenteel hoger beroep en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank van 4 september 1996.