ECLI:NL:PHR:2000:AA4895
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor arbeid laten verrichten door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning
Verzoekster werd door het gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens het laten verrichten van arbeid door vijf Poolse vreemdelingen zonder geldige tewerkstellingsvergunning, in strijd met de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Het hof stelde vast dat verzoekster als feitelijke werkgever kon worden aangemerkt en dat geen van de uitzonderingen van art. 3 Wav Pro van toepassing waren.
De verdediging voerde onder meer aan dat verzoekster niet als werkgever in de zin van de Wav kon worden beschouwd, dat de betrokken Polen zelfstandigen waren die onder de Associatieovereenkomst EG-Polen vielen en dat de zogenaamde 'vrije termijn' van drie maanden zonder vergunning van toepassing was. Het hof verwierp deze verweren, stellende dat het begrip werkgever ruim is en dat ook zelfstandigen een tewerkstellingsvergunning nodig hebben indien zij niet over een verblijfsvergunning als zelfstandige beschikken.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en wijst het cassatieberoep af. De Hoge Raad oordeelt dat de bewijsmiddelen voldoende zijn om verzoekster als werkgever aan te merken en dat de uitzonderingen op de vergunningplicht niet van toepassing zijn. Tevens benadrukt de Hoge Raad dat de Associatieovereenkomst geen zelfstandig verblijfsrecht of vrijstelling van vergunningplicht voor zelfstandigen garandeert. De zogenaamde 'vrije termijn' biedt geen vrijstelling van de vergunningplicht voor zelfstandigen.
Het arrest verduidelijkt de reikwijdte van het begrip werkgever in de Wav en bevestigt de noodzaak van een tewerkstellingsvergunning voor vreemdelingen die arbeid verrichten, ook indien zij als zelfstandigen worden beschouwd. Het hof en de Hoge Raad laten zich niet leiden door algemene opmerkingen over het beleid in andere EU-lidstaten of bilaterale verdragen.
Uitkomst: Verzoekster wordt veroordeeld voor het laten verrichten van arbeid door vijf vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning en de opgelegde geldboetes blijven van kracht.