ECLI:NL:PHR:2000:AA4733

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
26 januari 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
OK 73
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen voorlopige voorzieningen Ondernemingskamer

In deze zaak betreft het een cassatieberoep tegen een beschikking van de Ondernemingskamer van 5 november 1998, waarbij voorlopige voorzieningen zijn getroffen voor de duur van het geding. De feiten en procesgang zijn gerelateerd aan een andere zaak (nr. OK 78) met dezelfde partijen, waarin de eindbeschikking van de Ondernemingskamer op 28 januari 1999 is genomen.

De voorlopige voorzieningen vervallen automatisch zodra de eindbeschikking wordt genomen, ongeacht de uitkomst van het cassatieberoep. Verzoekster zou alleen belang hebben bij cassatie als de Hoge Raad eerder beslist in deze zaak dan in de zaak nr. OK 78, zodat de voorlopige voorzieningen eerder kunnen eindigen.

Omdat beide zaken gelijktijdig zijn behandeld en de Hoge Raad verwacht gelijktijdig te beslissen, concludeert de Advocaat-Generaal dat verzoekster geen belang heeft bij cassatie in deze zaak. Daarom wordt geadviseerd verzoekster niet-ontvankelijk te verklaren in haar cassatieverzoek.

Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens gebrek aan belang.

Conclusie

Nr. OK 73 Mr Moltmaker
Wet op de ondernemingsraden Conclusie inzake
Parket, 2 november 1999 DE PROVINCIE ZUID-
HOLLAND
tegen
DE ONDERNEMINGSRADEN VAN DE GEMEENTEN RIJSWIJK (ZH),
LEIDSCHENDAM EN NOOTDORP
Edelhoogachtbaar College,
1 Feiten en procesgang
1.1 Voor de feiten en de procesgang verwijs ik naar mijn conclusie van heden in de zaak nr. OK 78 tussen dezelfde partijen.
Het betreft hier het in punt 1.6 van die conclusie vermelde beroep in cassatie tegen de in punt 1.5 van die conclusie omschreven beschikking van de Ondernemingskamer van 5 november 1998.
2 Ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
2.1 Bij de beschikking van 5 november 1998 heeft de Ondernemingskamer tijdelijk, voor de duur van het geding, voorlopige voorzieningen getroffen. Dat betekent, dat op het moment dat Uw Raad een beschikking neemt in de zaak nr. OK 78 (betreffende de eindbeschikking van de Ondernemingskamer van 28 januari 1999), de voorlopige voorzieningen vervallen, ongeacht de uitkomst van de beschikking van Uw Raad.
2.2 Verzoekster tot cassatie zou derhalve slechts belang bij cassatie hebben, indien Uw Raad in de zaak nr. OK 73 eerder een beslissing zou nemen dan in de zaak nr. OK 78. Voor dat geval zou mijn conclusie, overeenkomstig die in de zaak nr. OK 78, strekken tot vernietiging van de beschikking van de Ondernemingskamer en zouden de voorlopige voorzieningen kunnen eindigen vóór de eindbeslissing van Uw Raad.
2.3 Omdat de onderliggende problematiek van beide zaken dezelfde is en de zaken ter zitting van Uw Raad op 29 september 1999 gezamenlijk zijn behandeld, neem ik aan, dat Uw Raad in beide zaken tegelijkertijd zal beslissen. In dat geval heeft verzoekster tot cassatie geen belang meer bij cassatie in de onderhavige zaak en dient zij daarom naar mijn mening niet ontvankelijk te worden verklaard.
3 Conclusie
Mijn conclusie strekt tot niet ontvankelijk verklaring van verzoekster in haar cassatieverzoek.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G i.b.d.