ECLI:NL:PHR:2000:AA4733
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen voorlopige voorzieningen Ondernemingskamer
In deze zaak betreft het een cassatieberoep tegen een beschikking van de Ondernemingskamer van 5 november 1998, waarbij voorlopige voorzieningen zijn getroffen voor de duur van het geding. De feiten en procesgang zijn gerelateerd aan een andere zaak (nr. OK 78) met dezelfde partijen, waarin de eindbeschikking van de Ondernemingskamer op 28 januari 1999 is genomen.
De voorlopige voorzieningen vervallen automatisch zodra de eindbeschikking wordt genomen, ongeacht de uitkomst van het cassatieberoep. Verzoekster zou alleen belang hebben bij cassatie als de Hoge Raad eerder beslist in deze zaak dan in de zaak nr. OK 78, zodat de voorlopige voorzieningen eerder kunnen eindigen.
Omdat beide zaken gelijktijdig zijn behandeld en de Hoge Raad verwacht gelijktijdig te beslissen, concludeert de Advocaat-Generaal dat verzoekster geen belang heeft bij cassatie in deze zaak. Daarom wordt geadviseerd verzoekster niet-ontvankelijk te verklaren in haar cassatieverzoek.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens gebrek aan belang.