ECLI:NL:PHR:2000:AA4721
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep in procedure terugvordering bijstand en appeltermijn
In deze zaak heeft verzoekster hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de kantonrechter die de terugvordering van bijstandskosten door de gemeente Naarden toestond. De rechtbank verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat verzoekster de beroepstermijn van twee maanden, zoals voorgeschreven in art. 429n lid 2 Rv, had overschreden.
De Hoge Raad bevestigt dat deze termijn strikt moet worden toegepast, ook al werd de beschikking niet ter zitting medegedeeld en niet openbaar uitgesproken. Verzoekster werd aangemerkt als een in eerste aanleg verschenen belanghebbende omdat zij een verweerschrift had ingediend, ondanks haar afwezigheid bij de mondelinge behandeling.
Het beroep op art. 6:11 Awb Pro om niet-ontvankelijkverklaring achterwege te laten slaagt niet, omdat verzoekster geen omstandigheden heeft aangevoerd die het verzuim rechtvaardigen en de overschrijding niet verschoonbaar is. De Hoge Raad wijst ook het betoog af dat de beroepstermijn pas na verzending van de beschikking zou moeten beginnen. De conclusie is dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is verklaard en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep van verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.