ECLI:NL:PHR:2000:AA4608
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van limitering van alimentatie na langdurige scheiding en redelijkheid van beëindiging
Partijen zijn voormalige echtgenoten, gehuwd in 1948 en gescheiden in 1980, waarbij de man verplicht werd alimentatie te betalen aan de vrouw. Na meer dan vijftien jaar betaalde de man alimentatie en verzocht hij op grond van de Wet limitering na scheiding om beëindiging van deze verplichting. De vrouw verzette zich met het argument dat beëindiging te ingrijpend zou zijn vanwege haar leeftijd, lange huwelijk, traditionele rolverdeling en gebrek aan pensioen.
De rechtbank wees het verzoek af en verlengde de alimentatieplicht tot 2012. Het hof vernietigde dit en beëindigde de alimentatie per 1999, stellende dat alleen behoeftigheid van de vrouw relevant was, waarbij draagkracht van de man buiten beschouwing bleef. Het hof vond dat de vrouw voldoende eigen middelen had om in haar levensonderhoud te voorzien en dat onvoldoende was gesteld dat haar verdiencapaciteit door het huwelijk was aangetast.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting huldigde door uitsluitend de fiscale maatstaf van behoeftigheid toe te passen en onvoldoende rekening hield met alle omstandigheden van het geval. De motivering voldeed niet aan de hoge eisen die aan beslissingen over beëindiging van langdurige alimentatie worden gesteld. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor hernieuwde beoordeling, waarbij alle relevante omstandigheden en motivering dienen te worden betrokken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling van het limiteringsverzoek alimentatie.