ECLI:NL:PHR:2000:AA4576
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het onrechtmatig voeren van de benaming accountant
Op 9 augustus 1994 voerde de verdachte te een woonplaats als exploitant van een administratiekantoor de handelsnaam 'Accountancy' zonder dat zij gerechtigd was de titel accountant te voeren. Het hof stelde vast dat het gebruik van deze naam bij het publiek redelijkerwijs de indruk moest wekken dat de verdachte gerechtigd was de benaming accountant te voeren.
De bewezenverklaring was gebaseerd op verklaringen van de verdachte zelf, een proces-verbaal van de Economische Controledienst, een uittreksel uit het Handelsregister en bewijsstukken zoals facturen en een bord aan het bedrijfspand met de naam 'Accountancy'. De verdachte gaf toe niet ingeschreven te zijn in het accountantsregister en geen diploma RA of AA te bezitten.
De verdediging voerde aan dat het publiek niet noodzakelijkerwijs door de naam 'Accountancy' op het verkeerde been was gezet en dat de begrippen accountant en accountancy niet zonder meer aan elkaar gelijkgesteld mogen worden. Het hof oordeelde echter dat het gebruik van de naam 'Accountancy' voldoende was om de indruk te wekken dat de verdachte gerechtigd was de titel accountant te voeren.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde dat het niet vereist is dat het publiek daadwerkelijk misleid is, maar dat het voldoende is dat de gedragingen redelijkerwijs die indruk wekken. De veroordeling tot een geldboete werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete wegens het onrechtmatig voeren van de benaming accountant.