ECLI:NL:PHR:2000:AA4436
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid ontslag op staande voet wegens diefstal na 35 jaar dienstverband
In deze zaak betwistte een ex-werknemer het ontslag op staande voet dat hem werd gegeven na het meenemen van twee blikken motorolie zonder betaling op zijn laatste werkdag. De werknemer voerde aan dat het om vergeetachtigheid ging, mede veroorzaakt door medicijngebruik, en dat het ontslag niet onverwijld was gegeven. De werkgever, Hema, stelde dat sprake was van diefstal en dat het ontslag terecht was gegeven vanwege eerdere verdenkingen van overtredingen van huisregels.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag nietig was wegens het niet onverwijld mededelen van het ontslag, maar erkende wel een dringende reden. De rechtbank stelde het ontslag echter geldig en oordeelde dat de beëindigingsregeling hierdoor kwam te vervallen. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het ontslag rechtsgeldig was, ook omdat het onderzoek en de omstandigheden rondom de vakantie van de werknemer de termijn voor onverwijldheid rechtvaardigden.
De Hoge Raad verwierp de klachten over onvoldoende motivering en het niet in aanmerking nemen van het langdurige dienstverband en de gevolgen van het ontslag. Tevens werd geoordeeld dat de werkgever niet gehouden was het ontslag eerder aan te kondigen dan na het onderzoek en terugkeer van de werknemer. De reconventionele vorderingen van Hema werden vernietigd wegens het ontbreken van belang na het oordeel over de geldigheid van het ontslag.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wegens diefstal is rechtsgeldig en het cassatieberoep wordt verworpen.