ECLI:NL:PHR:2000:AA4278
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijskracht en echtheid van onderhandse akten in civiele procedure over eigendom schilderijen en geldlening
Deze civiele zaak draait om de formele bewijskracht van onderhandse akten waarvan de echtheid door verweerster is betwist. Eiser vordert betaling en afgifte van schilderijen die hij stelt te hebben gekocht van de overleden oprichtster, alsmede betaling van diverse bedragen op grond van andere overeenkomsten. De rechtbank wees de vorderingen toe, maar het hof oordeelde dat op grond van feiten en omstandigheden, waaronder onregelmatigheden in de lay-out van de akten en het ontbreken van mededelingen over de transacties, voorshands moest worden aangenomen dat de tekst van de akten later boven de handtekening was geplaatst (abus de blanc seign).
Het hof liet eiser toe tegenbewijs te leveren, maar oordeelde dat de samenhang tussen de verschillende stukken en de onwaarschijnlijkheid van de gestelde transacties het vermoeden van vervalsing versterkten. De Hoge Raad bevestigde dat de bewijslast bij betwisting van de echtheid van een onderhandse akte op degene rust die valsheid stelt, maar dat de rechter ruime vrijheid heeft om omstandigheden, waaronder de inhoud van de akte en onregelmatigheden in de tekst, mee te wegen bij zijn oordeel.
De Hoge Raad verwierp de klachten van eiser dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd was getreden of de bewijslast onjuist had verdeeld. Ook werd bevestigd dat het oordeel van het hof dat de akten valselijk waren opgemaakt niet onbegrijpelijk is gezien de feiten, waaronder het ontbreken van bewijs van de gestelde transacties en de vertrouwensrelatie tussen eiser en de overleden oprichtster. Het cassatieberoep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten.