ECLI:NL:PHR:2000:AA4262
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep tegen veroordeling wegens mishandeling en toewijzing schadevergoeding
Verzoeker werd door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens mishandeling met toepassing van art. 9a Sr. Tevens wees het hof de civiele vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van ƒ 632,- en legde een schadevergoedingsmaatregel op conform art. 36f Sr.
In cassatie werden twee middelen voorgesteld door verzoeker: de eerste betrof de waardering van het bewijs en de vermeende onverenigbaarheid van een strafuitsluitingsgrond met de bewezenverklaring; de tweede betrof de toewijzing van de civiele vordering zonder voldoende onderzoek naar de hoogte daarvan. Daarnaast klaagde de benadeelde partij over het niet toewijzen van rente.
De Hoge Raad oordeelde dat de selectie en waardering van bewijs aan de feitenrechter is voorbehouden en dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het verwijt aan het bewezen handelen zo gering was dat strafoplegging achterwege kon blijven. De civiele vordering werd voldoende onderzocht en toegewezen voor het bedrag van ƒ 632,-. De klacht over rente werd als te laat verworpen.
Een misslag in de formulering van het arrest omtrent het opleggen van straf werd als niet relevant beoordeeld omdat het hof wel degelijk de maatregel op grond van art. 36f Sr had opgelegd. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens mishandeling met toewijzing van een schadevergoeding van ƒ 632,- blijft in stand.