ECLI:NL:PHR:2000:AA4050
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van uitlevering wegens machtsmisbruik en corruptie door hooggeplaatst IFAD-functionaris
De zaak betreft het uitleveringsverzoek van Italië voor een hooggeplaatst functionaris van IFAD, beschuldigd van corruptie door het misbruiken van zijn ambtelijke macht om consultants te dwingen geld te betalen. De feiten vonden plaats tussen 1994 en 1997 in Rome en elders.
De Hoge Raad beoordeelde of de gedragingen strafbaar zijn volgens Italiaans recht en of er sprake is van dubbele strafbaarheid onder Nederlands recht. De Italiaanse artikelen 317 en 357 Wetboek van Strafrecht omschrijven corruptie en de definitie van een ambtenaar, waaronder ook internationale functionarissen vallen. De Nederlandse wetgeving kent een vergelijkbare strafbepaling in art. 328ter Sr, hoewel met een lagere strafmaat.
Daarnaast werd onderzocht of de verdachte aanspraak kon maken op volkenrechtelijke immuniteit als IFAD-functionaris. De immuniteit was formeel opgeheven door IFAD zelf na zijn ontslag, waardoor dit geen beletsel vormde voor uitlevering.
De Hoge Raad concludeerde dat aan de vereisten van het Europees uitleveringsverdrag is voldaan, dat de strafbare feiten voldoende overeenkomen, en dat de uitlevering derhalve toelaatbaar is. Er waren geen redenen gevonden om de uitlevering te weigeren.
Uitkomst: De uitlevering van de verdachte aan Italië is toelaatbaar verklaard ondanks immuniteitskwesties.