ECLI:NL:PHR:1999:AA3843
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt alimentatieplicht ondanks discussie over schulden en draagkracht man
Partijen zijn in 1984 in Moskou getrouwd in algehele gemeenschap van goederen en hebben geen minderjarige kinderen. Na het verzoek tot scheiding van tafel en bed door de vrouw, stelde zij een alimentatieverzoek in. De rechtbank bepaalde aanvankelijk een voorlopige bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw, rekening houdend met de schuldlast van de man bij de Postbank.
De man voerde aan dat zijn draagkracht nihil was en dat de schuld deels niet ten goede was gekomen aan de gemeenschappelijke huishouding. Het hof hield echter rekening met een maandelijkse aflossing van 900 gulden, omdat partijen ook tijdens het huwelijk bedragen hadden opgenomen die ten goede kwamen aan de gezamenlijke huishouding.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht rekening hield met de schuld en aflossingen bij de draagkrachtberekening. Tevens werd bevestigd dat de vrouw behoefte heeft aan alimentatie, gezien haar leeftijd, gebrek aan opleiding, taalachterstand en het ontbreken van inkomsten. Het hof hoefde de vrouw niet te belasten met bewijs van haar behoefte, omdat haar stellingen voldoende aannemelijk waren.
De Hoge Raad verwierp zowel het principale als het incidentele cassatieberoep, waarmee de alimentatieplicht van de man werd bevestigd. De discussie over de schuld en de draagkracht werd uitvoerig besproken, waarbij het hof een redelijke afweging maakte en de Hoge Raad deze bevestigde.
Uitkomst: De man is gehouden tot betaling van alimentatie aan de vrouw, waarbij rekening is gehouden met zijn schuldlast en draagkracht.