ECLI:NL:PHR:1999:AA3794
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging diefstal met geweld en poging tot doodslag bevestigd door Hoge Raad
Verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld wegens poging diefstal met geweld, poging tot doodslag en openlijke geweldpleging tot een gevangenisstraf van vier jaar en zes maanden. De verdediging stelde drie cassatiemiddelen voor, waaronder het verzoek om getuigen-deskundigen te horen over de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer. De Hoge Raad oordeelde dat dit verzoek te onbepaald was en geen expliciete beslissing van het hof vereiste.
Verder werd het middel dat het hof onvoldoende gemotiveerd zou hebben dat verdachte opzettelijk het slachtoffer wilde doden verworpen. Uit de feiten bleek dat verdachte met twee anderen een overval wilde plegen, een revolver bij zich had en daadwerkelijk schoot, waarbij het slachtoffer in de schouder werd getroffen. Het hof achtte bewezen dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het slachtoffer zou overlijden.
Ten slotte werd het middel dat het hof ten onrechte bewijs had gebruikt van verklaringen van de broer van verdachte en het slachtoffer verworpen. De Hoge Raad benadrukte dat de waardering van bewijsmateriaal aan de feitenrechter is voorbehouden en dat het hof de geloofwaardigheid van de intrekkingen van de broer van verdachte terecht had beoordeeld.
De Hoge Raad stelde ambtshalve vast dat het hof ten onrechte niet de artikelen 287 en 55 Sr als toepasselijke wetsartikelen had vermeld en herstelde dit. Het cassatieberoep werd verder verworpen en het bestreden arrest bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot vier jaar en zes maanden gevangenisstraf voor poging diefstal met geweld, poging tot doodslag en openlijke geweldpleging.