ECLI:NL:HR:1999:AA3794
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Haak
- raadsheer Corstens
- raadsheer Orie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens ontbreken wettelijke verwijzing poging doodslag
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 15 september 1998. Het Hof had verdachte veroordeeld voor poging tot diefstal met geweld, poging tot doodslag en openlijk geweld met verenigde krachten, en een gevangenisstraf van vier jaar en zes maanden opgelegd.
De verdediging had verzocht om het horen van getuige-deskundigen of het inwinnen van een deskundigenbericht over de betrouwbaarheid van een getuigenherkenning, maar dit verzoek voldeed niet aan de vereisten van art. 330 Sv Pro en werd niet toegewezen. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht geen beslissing hoefde te nemen over dit verzoek.
Ambtshalve stelde de Hoge Raad vast dat het Hof bij de strafoplegging had verzuimd art. 287 Sr Pro (poging tot doodslag) als toepasselijk wettelijk voorschrift te vermelden. De Hoge Raad vernietigde het arrest daarom voor zover dit ontbrak, vulde de wettelijke voorschriften aan met art. 287 Sr Pro en verwierp het cassatieberoep voor het overige. Het arrest is gewezen door vice-president Haak en raadsheren Corstens en Orie op 23 november 1999.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest wegens ontbreken art. 287 Sr en vult dit aan, verwerpt het cassatieberoep verder.