ECLI:NL:PHR:1999:AA1482
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging alimentatieverplichting na scheiding en redelijkheidstoets
Partijen zijn in 1957 gehuwd en in 1982 gescheiden waarbij de man verplicht werd alimentatie te betalen aan de vrouw. Na 15 jaar diende de man een verzoek in tot beëindiging van deze alimentatie op grond van de Wet limitering na scheiding. De rechtbank wees dit verzoek af vanwege de ingrijpende gevolgen voor de vrouw, maar het hof vernietigde deze beslissing en beëindigde de alimentatie per 1 juli 1999.
De vrouw ging in cassatie tegen het hofarrest en betoogde dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met alle relevante omstandigheden en onvoldoende had gemotiveerd waarom de beëindiging redelijk was. De Hoge Raad stelde dat het hof niet voldeed aan de hoge motiveringseisen die gelden bij het beoordelen van uitzonderingen op de hoofdregel van alimentatiebeëindiging.
De Hoge Raad benadrukte dat alle omstandigheden van zowel de alimentatiegerechtigde als de alimentatieplichtige in onderling verband moeten worden gewogen en dat het hof onvoldoende had toegelicht hoe het deze omstandigheden had meegewogen. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar een ander hof voor een volledige herbeoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest wegens onvoldoende motivering en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.