ECLI:NL:PHR:1998:AA2294
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid aankoopprijs tijdelijk vruchtgebruik in inkomstenbelasting 1988
Belanghebbende kocht in 1988 het vruchtgebruik van obligaties en bracht de aankoopprijs ten laste van haar inkomen in de aangifte inkomstenbelasting. De Inspecteur weigerde deze aftrek, wat door het Hof werd bevestigd. Het Hof stelde dat de term "aan inkomsten is genoten" in artikel 38 lid 2 Wet Pro IB betekent "in het belastbaar inkomen is begrepen".
De Hoge Raad bekeek de wetsgeschiedenis en de systematiek van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, met name de artikelen 32, 36 en 38, en concludeerde dat de aftrek van de aankoopprijs van tijdelijk vruchtgebruik beperkt is tot het bedrag dat aan inkomsten uit dat recht is genoten. Omdat in dit geval de koopsom niet als inkomsten in het belastbaar inkomen was begrepen, kon de aftrek niet worden toegestaan.
De uitspraak bevestigt de fiscale systematiek waarbij kosten voor het verkrijgen van tijdelijke rechten slechts aftrekbaar zijn voor zover zij worden gecompenseerd door inkomsten uit die rechten, en verduidelijkt de toepassing van de stamrechtvrijstelling en de saldomethode in dit kader.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de aankoopprijs van het tijdelijk vruchtgebruik niet aftrekbaar is omdat de inkomsten daaruit niet in het belastbaar inkomen zijn begrepen.