ECLI:NL:HR:1998:AA2294
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid aankoopprijs tijdelijk vruchtgebruik obligaties in inkomstenbelasting 1988
Belanghebbende kocht op 20 oktober 1988 het tijdelijk recht van vruchtgebruik van obligaties voor ƒ 68.470 en verkocht dit op 29 december 1988 aan een door haar bestuurde vennootschap voor ƒ 70.000, betaald via een levensverzekeringsovereenkomst. Bij de aangifte inkomstenbelasting 1988 bracht zij de aankoopprijs in mindering op haar inkomen, maar de Inspecteur wees deze aftrek af. Het Hof bevestigde deze afwijzing, stellende dat het bedrag van ƒ 70.000 vrijgesteld is op grond van artikel 32 Wet Pro IB en dat onder 'aan inkomsten is genoten' in artikel 38 lid 2 Wet Pro IB moet worden verstaan 'in het belastbare inkomen is begrepen'.
In cassatie betoogde belanghebbende dat de tekst van artikel 38 lid 2 Wet Pro IB niet voor meerdere uitleg vatbaar is en dat aftrek van de aankoopprijs mogelijk moet zijn. De Hoge Raad oordeelde dat de ontvangen tegenprestatie een stamrecht is in de zin van artikel 32 lid 1 Wet Pro IB, waardoor deze niet tot het belastbare inkomen behoort. Hierdoor was geen sprake van genoten inkomsten bij vervreemding van het vruchtgebruik en was aftrek van de aankoopprijs niet toegestaan.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de fiscale systematiek en wetsgeschiedenis de interpretatie ondersteunen dat de aftrek beperkt is tot de inkomsten die daadwerkelijk in het belastbare inkomen zijn begrepen. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de aankoopprijs van het tijdelijk vruchtgebruik niet aftrekbaar is omdat de ontvangen tegenprestatie een stamrecht vormt en niet als inkomen wordt beschouwd.