ECLI:NL:PHR:1997:AA3304
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over navorderingsaanslag en heffingsrente bij gebrekkige belastingaanslagen
In deze zaak staat centraal de vraag of de Inspecteur terecht een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1987 heeft opgelegd aan belanghebbende na een administratieve fout waardoor de primitieve aanslag niet tijdig werd opgelegd. Het Hof had de navorderingsaanslag als primitieve aanslag gekwalificeerd en deze na vermindering bevestigd.
De Hoge Raad overweegt dat het formulier van afwijkingen weliswaar een mededeling is van het belastbare inkomen, maar dat de belastingplichtige niet de volledige belastingafrekening heeft ontvangen, met name de gevolgen voor het te betalen bedrag ontbraken. Hierdoor is de kennisgeving gebrekkig en kan de termijn voor het opleggen van de aanslag niet als verstreken worden beschouwd.
De Hoge Raad concludeert dat de navordering gerechtvaardigd is omdat de administratieve vergissing voor de belanghebbende kenbaar was. Wel wordt geoordeeld dat de heffingsrente die bij navordering wordt geheven beperkt moet worden tot het bedrag dat de rente over het oorspronkelijke belastingbedrag overschrijdt, om onredelijke toepassing van de wet te voorkomen.
De conclusie van de Procureur-Generaal is om het bestreden arrest te vernietigen en de navorderingsaanslag te verminderen met de onredelijk berekende heffingsrente. Hiermee wordt een balans gezocht tussen rechtszekerheid voor de belastingplichtige en de mogelijkheid voor de fiscus om fouten te corrigeren.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en vermindert de navorderingsaanslag met de onredelijk berekende heffingsrente.