ECLI:NL:PHR:1997:AA2209
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen fraus legis bij terugbetaling kapitaal turbovennootschap
De zaak betreft een cassatieberoep van de staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch over de inkomstenbelasting 1988. De belanghebbende had samen met zijn broer aandelen in twee vennootschappen, waaronder een turbovennootschap met een groot maatschappelijk kapitaal. Na verkoop van aandelen en kapitaalvermindering vond een terugbetaling van kapitaal plaats die door de inspecteur werd aangemerkt als winstuitdeling op grond van fraus legis.
Het hof oordeelde echter dat de terugbetaling niet in strijd was met de doel en strekking van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, mede omdat er sprake was van een wezenlijke verschuiving van het aandelenbelang, waardoor de holdingjurisprudentie niet van toepassing was. De staatssecretaris stelde in cassatie dat wel sprake was van fraus legis, maar de Hoge Raad volgde dit niet.
De conclusie van de advocaat-generaal benadrukt dat hoewel de wetgever terugbetalingen van kapitaal na statutaire vermindering in het algemeen aanvaardt, er uitzonderingen mogelijk zijn bij holdingconstructies waarbij het belang van aandeelhouders in wezen in stand blijft. Dit was hier niet het geval. De Hoge Raad verwierp daarom het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de terugbetaling van kapitaal geen fraus legis oplevert.