ECLI:NL:PHR:1997:AA2173
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermogenstoets en aftrek lijfrentepremies bij toepassing verruimde saldomethode
De zaak betreft een geschil over de aftrek van lijfrentepremies die tussen 1970 en 1986 door een belanghebbende zijn betaald, maar niet in aftrek zijn gebracht. De belanghebbende ontving in 1990 een lijfrente-uitkering en werd aangeslagen op een belastbaar inkomen waarin onder andere rente-inkomsten en lijfrentetermijnen waren opgenomen. Het hof oordeelde dat de resolutie van 1990 de inspecteur niet toestaat om bij de toepassing van de verruimde saldomethode rekening te houden met verzwegen inkomsten.
De staatssecretaris van Financiën stelde cassatie in tegen dit oordeel en voerde aan dat de fiscus premies altijd mag compenseren met niet aangegeven inkomsten, en dat de resolutie dit niet belemmert. De Hoge Raad onderschrijft dit standpunt en stelt dat ook bij toepassing van de verruimde saldomethode moet worden gelet op eventuele verzwegen belastbare inkomsten.
De zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor nadere behandeling, waarbij onder meer de omvang van verzwegen rente-inkomsten en opbrengsten uit de verkoop van oud goud onderzocht moeten worden. De bewijslast voor deze inkomsten rust op de inspecteur. Tevens moet per jaar worden beoordeeld of de niet afgetrokken premies alsnog in aanmerking kunnen worden genomen.
De Hoge Raad benadrukt dat ambtshalve verminderingen eerst moeten worden toegepast voor de laatste tien jaren, en pas daarna de verruimde saldomethode voor oudere jaren. Een uitzondering kan mogelijk gelden voor de premie van 1986. De uitspraak van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nadere behandeling en beslissing.