ECLI:NL:PHR:1996:AA1817
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over kosten van vervolging bij navorderingsaanslag en invordering
Deze zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Hof Amsterdam over een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1988 en de daarbij in rekening gebrachte kosten van vervolging.
Na een huiszoeking bij belanghebbende werd een navorderingsaanslag opgelegd die direct invorderbaar was. Het hof had de kosten van vervolging verminderd tot nihil omdat belanghebbende nog niet nalatig was in de betaling bij de betekening van het dwangbevel. De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en benadrukt dat de Kostenwet 1969 alleen kosten van vervolging toelaat tegen een belastingschuldige die nalatig is geweest.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de wet het mogelijk maakt dat één dwangbevel betrekking kan hebben op meerdere belastingaanslagen, wat strookt met het zorgvuldigheidsbeginsel en minimale belangenaantasting. Het beroep van de Staatssecretaris wordt verworpen en het arrest bevestigt de rechtspraak over de toepassing van kosten van vervolging en het zorgvuldigheidsbeginsel in het belastinginvorderingsrecht.
Uitkomst: Het beroep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de kosten van vervolging worden niet in rekening gebracht omdat belanghebbende nog niet nalatig was bij de betekening van het dwangbevel.