ECLI:NL:PHR:1996:AA1702
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over naheffing omzetbelasting na administratieve vergissing
De zaak betreft een cassatieberoep van de staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het hof Den Haag, waarin een naheffingsaanslag omzetbelasting werd vernietigd. De belanghebbende had in juli 1990 een aangifte omzetbelasting gedaan en het bedrag betaald, maar door een administratieve fout werd dit behandeld als een verzoek om teruggaaf. De belastingdienst betaalde het bedrag terug aan de belanghebbende en boekte de betaling af, waarna een naheffingsaanslag werd opgelegd om de fout te herstellen.
Het hof oordeelde dat de gemaakte vergissingen niet via naheffing konden worden gecorrigeerd. De staatssecretaris stelde in cassatie dat de betaling wel had plaatsgevonden en dat de naheffing terecht was. De Hoge Raad overwoog uitgebreid over de betekenis van betaling, het begrip verzoek in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en de toepasselijkheid van het vertrouwensbeginsel.
De Hoge Raad stelde dat een betaling op een rekening van de schuldeiser als voldoening geldt, tenzij de schuldeiser betaling op die rekening heeft uitgesloten. Verder is een naheffing niet mogelijk als de betaling door een administratieve fout ten onrechte is afgeboekt. De Hoge Raad vond dat het hof het begrip 'verzoek' in art. 20 lid 1 AWR Pro te beperkt had uitgelegd en dat de belanghebbende redelijkerwijs had moeten begrijpen dat sprake was van een vergissing. Het middel van de staatssecretaris was deels gegrond, waardoor de uitspraak van het hof werd vernietigd en de zaak werd verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.