ECLI:NL:PHR:1995:42
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Faillissementscurator als belanghebbende bij beklag ex art. 552b Sv over verbeurdverklaring
In deze zaak stond centraal of een curator in faillissement als belanghebbende kan worden beschouwd in de zin van artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering (Sv) om beklag te voeren tegen verbeurdverklaring van goederen die tot de failliete boedel behoren.
De feiten betreffen een strafzaak tegen een verdachte die failliet was verklaard, waarbij onder meer verbeurdverklaring van inbeslaggenomen goederen was opgelegd. De curator diende namens de failliet een klaagschrift in tegen deze verbeurdverklaring. Het hof verklaarde dit klaagschrift niet-ontvankelijk omdat de curator volgens het hof geen belanghebbende was in de zin van art. 552b Sv.
De Hoge Raad oordeelt dat de curator wel als belanghebbende moet worden aangemerkt. De wetgever heeft met art. 552b Sv een ruime kring van klachtgerechtigden beoogd, waaronder ook derden die zakelijke of obligatoire rechten op de voorwerpen hebben. De curator treedt in de faillissementsprocedure in de rechten van de gefailleerde en kan daarom gebruik maken van de beklagmogelijkheid. Het hof heeft de zaak op een onjuiste rechtsopvatting gebaseerd en het arrest wordt vernietigd en terugverwezen.
Deze uitspraak benadrukt de brede beschermingsfunctie van art. 552b Sv en bevestigt de positie van de curator als vertegenwoordiger van de failliete boedel bij strafvorderlijke verbeurdverklaring.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de curator als belanghebbende kan worden aangemerkt en vernietigt het arrest van het hof.