ECLI:NL:PHR:1994:33
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Invloed aanspraken Ziekenfondswet op verhaal particuliere ziektekostenverzekeraar bij vakantiewerkongeval
In deze zaak staat centraal of een vakantiewerker op de bollenvelden verzekerd is onder de Ziekenfondswet en of aanspraken daarop het verhaal van een particuliere ziektekostenverzekeraar op een aansprakelijke derde kunnen blokkeren. De vakantiewerker raakte betrokken bij een verkeersongeval met een bestelbusje van de werkgever, bestuurd door een andere vakantiewerker.
De rechtbank en het hof oordeelden dat tussen de vakantiewerker en de werkgever een gezagsverhouding bestond, waardoor de vakantiewerker als werknemer in de zin van de Ziekenfondswet werd aangemerkt en aanspraken op grond van die wet had. Dit leidde tot het oordeel dat de particuliere verzekeraar geen verhaal kon halen op de aansprakelijke derde vanwege art. 83a Ziekenfondswet.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug. De Hoge Raad benadrukt dat de bijzondere constructie van de Ziekenfondswet, waarbij de werknemer zich moet aanmelden bij het ziekenfonds om aanspraken te kunnen doen gelden, betekent dat het niet aanmelden niet mag leiden tot uitsluiting van verhaal door de particuliere verzekeraar. Tevens wordt bevestigd dat de feitelijke gezagsverhouding doorslaggevend is, ook als er een schriftelijke overeenkomst bestaat die dit ontkent.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het enkele feit van vrijheid om al dan niet op het werk te verschijnen niet uitsluit dat er een gezagsverhouding bestaat. Ook wordt het oordeel van het hof over het ontbreken van opzet of bewuste roekeloosheid bij het verkeersongeval bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug vanwege onjuiste toepassing van de Ziekenfondswet en de gezagsverhouding bij vakantiewerk.