Conclusie
Middel Ikomt op tegen de aanvaarding door het Hof van de exceptio plurium litis consortium. Het middel mist feitelijke grondslag. Wel is juist dat het Hof te kennen geeft (in r.o. 5.3) dat beide gedingen een rechtsverhouding tot onderwerp hebben waarover de rechter niet anders kan beslissen dan in één geding, gevoerd tussen alle betrokkenen, omdat het rechtens noodzakelijk is dat de beslissing ten opzichte van alle erfgenamen van [de erflater] in dezelfde zin luidt. Maar een beroep op de exceptio is niet door Sunresorts gedaan en het oordeel van het Hof berust op de overweging dat het gewijsde in het eerste geding bindende kracht had jegens alle erfgenamen op grond van het aan de rechtsfiguur van zaakwaarneming ten grondslag liggende rechtsbeginsel.
middelen II en IIIbestrijden laatstgenoemd oordeel, echter naar mijn mening tevergeefs. Een medeëigenaar is bevoegd de gemeenschappelijke zaak ten behoeve van de gemeenschap te revindiceren. Aldus voor het oude recht onder meer Pitlo/Brahn, Zakenrecht (achtste druk, 1980), p. 155, Asser-Beekhuis I (1985), nr. 610, Klaassen-Eggens-Luijten, Erfrecht (1989), p. 11. Voor het nieuwe recht is dit in art. 3:171 bepaald Pro.