ECLI:NL:PHR:1991:AB7753
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid aanhouding zonder fysiek vastgrijpen bij rijden onder invloed en doorrijden na aanrijding
In deze zaak werd verdachte door het Hof veroordeeld voor rijden onder invloed met een promillage van 1,7 en doorrijden na een aanrijding. Verdachte stelde in cassatie dat hij niet wettig was aangehouden omdat de politie hem niet daadwerkelijk had vastgegrepen, waardoor het bewijs onrechtmatig verkregen zou zijn.
De Hoge Raad overwoog dat aanhouding ook kan plaatsvinden zonder fysiek vastgrijpen, mits de verdachte zich in de nabijheid van de politie bevindt en het verbale aanzeggen van de aanhouding onmiddellijk kan worden uitgevoerd. Dit is in lijn met eerdere jurisprudentie en literatuur, waarin wordt gesteld dat het daadwerkelijk vastgrijpen niet altijd noodzakelijk is.
De Hoge Raad concludeerde dat verdachte aanvankelijk geen bezwaar maakte tegen de aangekondigde aanhouding en dat het latere beroep op het huisrecht dit niet ongedaan kon maken. Het cassatiemiddel werd daarom verworpen en de veroordeling van het Hof bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor rijden onder invloed en doorrijden na aanrijding.