Bij de in conclusie van antwoord in oppositie overgelegde brief van 10 maart 1975, gericht aan het hoofdbestuur der KNMPh, verzocht Mr. J.J. van der Minne, advocaat en procureur te 's-Gravenhage, namens [verweerder] , zijn cliënt, arbitrage te verrichten tussen [verweerder] en [eiser] en daartoe een drietal arbiters te benoemen die, zo luidt de brief, "indien ik omtrent Uw arbitrage-reglement goed ben voorgelicht" zullen rechtspreken als goede mannen naar billijkheid.
Naar aanleiding van dit verzoek — zo vermeldt de bij de meergemelde conclusie overgelegde brief van 17 april 1975 van [betrokkene 3] , advocaat te 's-Gravenhage, aan Mr. van der Minne en [eiser] , zijn [betrokkene 1] te [plaats] , [betrokkene 4] te [plaats] en [betrokkene 3] tot arbiters benoemd om te arbitreren in de geschillen tussen [eiser] en [verweerder] gerezen "ter zake van de zgn. principe-overeenkomst" d.d. 25 juli 1974, nader omschreven in de voormelde brief van Mr. van der Minne aan het hoofdbestuur der KNMPh. [betrokkene 3] deelt in de bij de meergemelde conclusie in het geding gebrachte brief van 17 april 1975 mede dat de KNMPh in haar benoemingsbrief van 2 april 1975 stelt dat de scheidslieden zullen recht spreken als goede mannen naar billijkheid, zelf de wijze van procederen in zake de geschillen vaststellen, in hoogste ressort zullen rechtspreken en een beslissing over de kosten zullen nemen.
Bij dezelfde conclusie is overgelegd een arbitraal vonnis d.d. 15 januari 1976 in zake [verweerder] tegen [eiser] .
Daarin wordt overwogen, onder 1:
"Partijen hebben een aantal geschilpunten betreffende de overdracht van eisers apotheek aan gedaagde aan het oordeel van arbiters onderworpen.
De " "principe-overeenkomst in verband met overdracht apotheekpraktijk tussen [verweerder] en [eiser] " "(hierna aan te duiden als: " "de principe-overeenkomst" ") bevat een clausule dat geschillen welke uit deze principe-overeenkomst mochten voortvloeien onderworpen worden aan arbitrage door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter Bevordering der Pharmacie (hierna: KNMP). Op een verzoek van eiser aan het hoofdbestuur der KNMP om arbitrage, heeft de KNMP [betrokkene 4] , [betrokkene 1] en [betrokkene 3] benoemd als goede mannen naar billijkheid, in het gerezen geschil op te treden, welke benoeming zij hebben aanvaard. In verband met langdurige ziekte van [betrokkene 4] heeft de KNMP, zulks op eenparig verzoek van partijen, de last van arbiters herroepen, met gelijktijdige herbenoeming van ondergetekenden om op basis van de gewisselde stukken als scheidslieden recht sprekende als goede mannen naar billijkheid op te treden, welke benoeming zij evenzeer hebben aanvaard.
Partijen erkennen de bevoegdheid van arbiters. Tussen hen bestaat overeenstemming over een in de definitieve overeenkomst op te nemen arbitrageclausule (blz. 7 conclusie van eis, blz. 6 conclusie van antwoord):
" "Alle geschillen, welke tussen partijen in het vervolg mochten opkomen betreffende of in verband met de uitleg of uitvoering van de bepalingen van deze overeenkomst, zullen in hoogste en enige ressort worden beslecht door een college van drie scheidslieden, waarvan er twee apotheker dienen te zijn, en die op verzoek van de meest gerede partij zullen worden aangewezen door het Hoofdbestuur van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter Bevordering der Pharmacie.
Een geschil is aanwezig, wanneer één der partijen verklaart dat zulks het geval is. De scheidslieden zullen recht spreken als goede mannen naar billijkheid, waarbij de onderhavige overeenkomst als akte van compromis zal gelden. De wijze van procederen inzake het geschil zal door de scheidslieden worden vastgesteld. Zij zullen uitspraak moeten doen binnen drie maanden te rekenen vanaf de dag, dat zij hun benoeming hebben aangenomen en daar bij ook omtrent de kosten een beslissing moeten nemen." "
Het vorenstaande in aanmerking genomen achten arbiters zich bevoegd om in de aan hen voorgelegde geschilpunten recht te spreken als goede mannen naar billijkheid."