Uitspraak
zitting houdende in Curaçao
gemachtigde [A],
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende kreeg in 2003 naheffingsaanslagen en vergrijpboeten opgelegd voor de winstbelasting over 1998 en 1999. Na bezwaar en vermindering door de inspecteur, volgde een tweede bezwaar en beroep bij de Raad van Beroep. De inspecteur handhaafde de boeten op 25% van de nageheven bedragen, maar erkende dat deze wegens de lange duur van de procedure naar nihil konden worden verminderd.
Belanghebbende stelde dat de naheffingsaanslagen te laat waren opgelegd en beriep zich op het vertrouwensbeginsel en algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De Raad oordeelde dat de aanslagen binnen de wettelijke termijn waren opgelegd en dat de vermindering van de boeten voldoende tegemoet kwam aan de klachten over de procedurele vertraging en gemaakte afspraken tijdens het boekenonderzoek.
Het verzoek van belanghebbende tot vergoeding van kosten van rechtshulp werd afgewezen omdat dit niet tijdig was ingediend en de Raad niet bevoegd is tot toekenning van proceskostenvergoeding. De Raad verklaarde het beroep gegrond voor zover het de boeten betreft en vernietigde deze, terwijl de naheffingsaanslagen gehandhaafd bleven.
Uitkomst: De boetebeschikkingen worden vernietigd en de naheffingsaanslagen gehandhaafd.