Uitspraak
zitting houdende in Curaçao
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende kreeg op 19 april 2010 een naheffingsaanslag omzetbelasting voor het jaar 2009 opgelegd, vermeend onbetaald, met een boete van Naf. 50. Tegen deze aanslag kwam belanghebbende tijdig in bezwaar, maar de Inspecteur handhaafde de aanslag. Hiertegen werd beroep ingesteld bij de Raad van Beroep.
Tijdens de zitting op 27 mei 2014 in Willemstad stelde belanghebbende dat de aanslag onterecht was omdat het bedrag van Naf. 500 voor februari 2009 wel degelijk tijdig was betaald. Dit werd onderbouwd met een door de ontvanger afgestempelde kwitantie van 12 maart 2009 en een bankafschrift waarop de betaling zichtbaar was. De Inspecteur bevestigde dat het rekeningnummer op het bankafschrift van de ontvanger was en erkende dat belanghebbende doorgaans tijdig betaalde.
De Raad achtte op basis van deze bewijsstukken aannemelijk dat de betaling tijdig had plaatsgevonden en concludeerde dat de naheffingsaanslag en de boete ten onrechte waren opgelegd. Het beroep werd gegrond verklaard en de aanslag en boete werden vernietigd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boete worden vernietigd wegens tijdige betaling van de omzetbelasting.