Uitspraak
zitting houdende op Bonaire,
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende kreeg op 28 februari 2011 een aanslag grondbelasting opgelegd over 2010 voor een onroerende zaak die hij in 2007 had verworven. Hij maakte bezwaar tegen deze aanslag, maar de Inspecteur deed geen uitspraak op bezwaar, waarna belanghebbende beroep instelde tegen de fictieve weigering.
De kern van het geschil betrof de vraag of de waarde van de onroerende zaak te hoog was vastgesteld. Belanghebbende stelde primair dat aanslagen na 10 oktober 2010 over perioden daarvoor nietig zijn, subsidiair dat aanslagen voor 2008-2010 niet kunnen worden opgelegd zonder aanslag in 2007, en meer subsidiair dat de waarde niet met 16% mocht zijn verhoogd.
De Raad oordeelde dat de waarde van onroerende goederen voor vijf jaar wordt vastgesteld en gedurende die periode niet wijzigt, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. Omdat het bezwaar niet in het eerste jaar van het vijfjarig tijdvak (2007-2011) was ingediend, had de Inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren. Daarom verklaarde de Raad het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en wees het verzoek om kostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.