Uitspraak
zitting houdende in Aruba,
gemachtigde [A],
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende, exploitant van een busvervoersbedrijf, deed in november 2008 aangifte tot tijdelijke invoer van vijf bussen en werd aangeslagen voor 30% invoerrechten. Hoewel een mondelinge toezegging van de voormalige Minister van Toerisme en Transport werd gesteld, kon belanghebbende geen schriftelijk bewijs overleggen. De Inspecteur weigerde vrijstelling en handhaafde de aanslag na bezwaar.
Belanghebbende stelde beroep in tegen de beschikking tot betaling van invoerrechten en voerde aan dat hij erop mocht vertrouwen dat de invoer was vrijgesteld of tegen een lager tarief van 12% zou worden belast. De Raad oordeelde dat geen bewijs bestond van een dergelijke toezegging en dat de stukken slechts een bespreking van het onderwerp bevatten zonder toezegging aan belanghebbende.
Verder werd geoordeeld dat de aanslag tijdig was opgelegd, omdat de termijn pas ingaat na het vervallen van de bankgarantie die als zekerheid was gesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag van 30% invoerrechten bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag invoerrechten van 30% blijft in stand.