Uitspraak
zitting houdende in Aruba,
gemachtigde [A],
1.Het procesverloop
3.De tussen partijen vaststaande feiten
3.Geschil
4.De standpunten van partner
Beoordeling van het geschil
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende kreeg een aanslag winstbelasting opgelegd over 2004 en voerde bezwaar aan tegen de afwijzing van een afwaardering van een vordering van Afl. 120.000 op een derde, [D]. Deze vordering zou voortkomen uit een mondeling overeengekomen geldlening die belanghebbende had verstrekt via betaling aan een derde partij.
De Inspecteur betwistte het bestaan van een lening en stelde dat de geldverstrekking niet zakelijk was, mogelijk een onttrekking of winstuitdeling. De civiele rechter kon niet eenduidig vaststellen of sprake was van een lening of investering.
De Raad stelde vast dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de geldlening een zakelijk karakter droeg en dat er een causaal verband was met de onderneming. Hierdoor werd de afwaardering ten laste van het resultaat terecht niet geaccepteerd.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwaardering van de vordering niet ten laste van het resultaat toegelaten.