Uitspraak
zitting houdende op Curaçao,
gemachtigde [A],
1.Het procesverloop
2.De tussen partijen vaststaande feiten
eenvan de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende heeft een cessantia-voorziening gevormd voor haar werknemers waarbij zij zowel verstreken als toekomstige dienstjaren meeneemt in de berekening. De Inspecteur stelt dat de voorziening alleen mag worden berekend op basis van verstreken dienstjaren, waarbij de nominale waarde contant wordt gemaakt tegen een factor behorende bij de nog te werken jaren tot pensioen.
De Raad stelt vast dat belanghebbende op grond van de Cessantia-landsverordening een juridisch afdwingbare verplichting heeft jegens haar werknemers en dat goed koopmansgebruik vereist dat lasten worden toegerekend aan de jaren waarin de dienstbetrekking duurt (matchingbeginsel). De door belanghebbende gehanteerde methode waarbij de contante waarde van de gehele cessantia-verplichting in het jaar van aanvang ten laste wordt gebracht, is niet in overeenstemming met goed koopmansgebruik.
Daarnaast oordeelt de Raad dat geen voorziening mag worden gevormd voor werknemers met een pensioenregeling die meer dan tweemaal het wettelijke ouderdomspensioen bedraagt, omdat er dan geen cessantia-verplichting bestaat. De boete wordt door de Inspecteur ingetrokken en de Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt de boete en handhaaft de naheffingsaanslag voor het overige.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de boete vernietigd en de naheffingsaanslag gehandhaafd.