Uitspraak
zitting houdende op Curaçao,
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende en zijn echtgenote verrichtten vrijwilligerswerk op Curaçao voor een algemeen nut beogende organisatie zonder beloning. Om in hun levensonderhoud te voorzien ontvingen zij giften van een Nederlandse stichting met ANBI-status, ingezameld bij familie, vrienden en kerkelijke achterban. De Inspecteur stelde dat deze giften belastbaar inkomen vormden en handhaafde de aanslagen inkomstenbelasting over 2006 tot en met 2008.
Belanghebbende voerde aan dat de giften geen bron van inkomen vormden en derhalve niet belastbaar waren. Subsidiair stelde hij dat het ging om vergoedingen voor aftrekbare beroepskosten en dat de giften deels aan zijn echtgenote toerekenbaar waren. De Inspecteur betoogde dat er een direct verband was tussen de giften en het vrijwilligerswerk en dat de inkomsten belastbaar waren volgens artikel 6 van Pro de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943.
De Raad van Beroep oordeelde dat er onvoldoende feiten en omstandigheden waren om de giften als voordelen toe te rekenen aan het vrijwilligerswerk. De giften waren bedoeld om het verblijf op Curaçao mogelijk te maken en niet als loon of winst uit arbeid te beschouwen. Daarom vernietigde de Raad de beschikking en stelde het belastbaar inkomen over de jaren 2006 tot en met 2008 vast op nul.
Uitkomst: De aanslagen inkomstenbelasting over 2006 tot en met 2008 worden vernietigd en het belastbaar inkomen vastgesteld op nul.