De zaak betreft het hoger beroep van een voormalig hoofd bedrijfsvoering van de Dienst Brandweer Aruba (DBA) tegen zijn ontslag wegens ernstig plichtsverzuim. Het plichtsverzuim omvatte onder meer onrechtmatig declareren van overuren, nevenactiviteiten zonder toestemming, onregelmatige verkoop van dienstgoederen, onregelmatige aankoop van epauletten en het wissen van informatie van een dienstlaptop. Na een intern disciplinair onderzoek en een strafrechtelijke procedure, waarbij de appellant deels werd vrijgesproken, legde de gouverneur het ontslag op.
Het Gerecht in Ambtenarenzaken had het bezwaar tegen het ontslag ongegrond verklaard, stellende dat het plichtsverzuim ernstig was en het ontslag niet onevenredig. De Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad oordeelde dat het disciplinaire onderzoek zorgvuldig was verricht, het beroep op verjaring niet opging en dat het wissen van gegevens op de dienstlaptop plichtsverzuim opleverde, ook al was de appellant strafrechtelijk vrijgesproken van het gerelateerde feit.
De Raad benadrukte dat van een leidinggevende binnen het MT van de DBA hoge eisen aan integriteit en betrouwbaarheid mogen worden gesteld. Door zijn handelen en nalaten heeft de appellant het aanzien van het ambt en het vertrouwen in de dienstleiding ernstig geschaad. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.