Uitspraak
Regeling Ambtenarenrechtspraak (RAr)
RAAD VAN BEROEP
Uitspraak
de Regering van Curaçao,
24 november 2025, zaaknummer CUR202501292 (aangevallen uitspraak),
[Betrokkene],
Procesverloop
Waar gaat de zaak over?
Wat ging er aan de zaak vooraf?
Het bestreden ontslagbesluit
De uitspraak van het Gerecht
Het hoger beroep van de Regering
Wat oordeelt de Raad van Beroep?
De ontslaggrond
Zoals ook door het Gerecht is aangehaald, heeft de Raad in zijn uitspraak van 5 mei 2020, ECLI:NL:ORBAACM:2020:13, overwogen dat bij de toepassing van de ontslaggrond willekeurige verbreking van het dienstverband grote terughoudendheid moet worden betracht. Aan die bepaling kan slechts toepassing worden gegeven wanneer:
- met voldoende zekerheid vaststaat dat betrokkene zich onttrekt aan de verplichtingen van het dienstverband,
- dit betrokkene toe te rekenen valt, en
- er evenredigheid bestaat tussen de ernst van die onttrekking en de zware maatregel van ontslag.
De ontslaggrond van de willekeurige verbreking kan in ieder geval niet worden toegepast in gevallen die in aanmerking komen voor ongeschiktheidsontslag als gevolg van ziekte of gebrek, of andere gronden van ongeschiktheid.
Die verklaring is ook niet verstrekt nadat hij zich in juli 2024 uiteindelijk toch nog bij de bedrijfsarts had gemeld. In dit kader is van belang dat de Raad niet inziet waarom [betrokkene] wel in staat was op 18 maart 2024 zijn huisarts te bezoeken, maar niet in staat zou zijn geweest zich toen te melden bij de bedrijfsarts. Voorts is van belang dat [betrokkene] op 11 maart 2024 zijn werkgever meedeelde op 12 maart 2024 weer op het werk te zullen verschijnen, om vervolgens niet te komen opdagen, en dat hij op 21 maart 2024 heeft verzocht om twee dagen verlof. Al met al is [betrokkene] vanaf 29 februari 2024 tot de datum van het ontslagbesluit niet meer aan het werk geweest, zonder dat door een keurend arts is vastgesteld dat hij arbeidsongeschikt was.
Beslissing
vernietigtde uitspraak van het Gerecht van 24 november 2025 voor zover daarbij is nagelaten zelf in de zaak te voorzien;
-
bepaaltdat [betrokkene] per 17 september 2024, met toepassing van artikel 103, eerste lid, letter h, van de LMA, eervol ontslag wordt verleend uit ’s Landsdienst;
-
bevestigtde aangevallen uitspraak voor het overige.
en mr. M.A. Evertsz, en mr. P. Klik, leden, en uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2026 in tegenwoordigheid van mr. M.F.G. Maes, griffier.