De gouverneur van Aruba verleende [verzoeker] eervol ontslag op grond van willekeurige verbreking van het dienstverband en subsidiar op grond van functionele ongeschiktheid. Het Gerecht in ambtenarenzaken verklaarde het bezwaar tegen het ontslag ongegrond en handhaafde het ontslag op de primaire grondslag. De Raad van Beroep oordeelde vervolgens dat eerst de subsidiaire ontslaggrond beoordeeld moest worden en bevestigde het ontslag op die grond.
[Verzoeker] verzocht om herziening van deze uitspraak, stellende dat er onduidelijkheid bestond over de ontslagdatum, dat de Raad een beroepsinstantie had moeten inschakelen, dat bepaalde brieven niet waren meegewogen en dat een verbetertraject ontbrak. De Raad stelde vast dat het herzieningsverzoek niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over het geschil en dat de aangevoerde omstandigheden geen nieuwe feiten zijn die ernstige twijfel aan de uitspraak doen ontstaan.
De Raad verduidelijkte dat het ontslag met ingang van 1 mei 2023 de rechterlijke toets kan doorstaan en concludeerde dat het verzoek om herziening niet toewijsbaar is. Er is geen aanleiding voor een vergoeding van proceskosten.