Uitspraak
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES (War 1951 BES)
RAAD VAN BEROEP
Proces-verbaal
[Appellant],
de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Beslissing
verklaarthet hoger beroep
niet-ontvankelijk.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant werkt sinds december 2018 als projectleider ICT bij de Rijksdienst Caribisch Nederland en solliciteerde in september 2022 naar de functie van projectmanager ICT. Hij werd afgewezen bij de brievenselectie en maakte bezwaar tegen het besluit van de minister. Het Gerecht verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
Tijdens de zitting van 29 oktober 2024 heeft de Raad vastgesteld dat appellant inmiddels niet meer de functie van projectmanager ICT ambieert, maar gekozen heeft voor een staffunctie als strategisch adviseur. De functie van projectmanager ICT is per 1 januari 2024 definitief in de formatie opgenomen, terwijl de functie van projectleider ICT is komen te vervallen.
De Raad overweegt dat het enkel willen vaststellen van een vermeende inconsistente behandeling door de minister onvoldoende is om procesbelang aan te nemen. Omdat appellant niet langer het beoogde resultaat nastreeft, ontbreekt feitelijk belang bij de procedure. Daarom is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.