Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
Uitspraak
[APPELLANTE]
de regering van Curaçao
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt de regering tot vergoeding van schade aan [appellante] tot een bedrag van NAf 1.500,-.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellante volgde tussen 2007 en 2009 een opleiding tot immigratieambtenaar, waarvan een deel in Sint Maarten. Na afwijzing van haar verzoek om onkostenvergoeding in 2010, besloot de regering in 2019 haar een bedrag toe te kennen, maar betaalde dit niet uit. In 2020 trok de regering dit besluit in wegens vermeende gebrek aan wettelijke basis. Het Gerecht verklaarde dit besluit in 2022 vernietigd en beval de regering binnen vier maanden een nieuwe beslissing te nemen.
De regering gaf geen uitvoering aan deze uitspraak, waarop appellante in april 2023 bezwaar maakte en een dwangsom eiste. Het Gerecht verklaarde dit bezwaar ongegrond omdat het niet kon vaststellen of en welke schade was geleden. Appellante ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
De Raad van Beroep oordeelde dat artikel 96 van Pro de RAr een schadevergoeding mogelijk maakt wanneer een bestuursorgaan een onherroepelijke rechterlijke uitspraak niet uitvoert. Hoewel niet vaststond dat appellante recht had op de gevraagde vergoeding, erkende de Raad dat de langdurige weigering van de regering een inbreuk vormde op haar recht op een inhoudelijke rechterlijke behandeling. Daarom werd de regering veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van NAf 1.500,-.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees erop dat appellante vrij staat haar vordering voor de niet-vergoede opleidingskosten bij de civiele rechter aan te spannen. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De regering van Curaçao is veroordeeld tot betaling van NAf 1.500,- schadevergoeding wegens het niet tijdig uitvoeren van een rechterlijke uitspraak.