Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
Uitspraak
[Appellante],
de Regering van Curaçao,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellante, een ambtenaar die wegens ziekte niet meer werkzaam was, werd medisch ongeschikt verklaard voor haar functie door een commissie op verzoek van het Algemeen Pensioenfonds Curaçao (APC). Hiertegen maakte zij bezwaar en verzocht om herkeuring. Het Gerecht in Ambtenarenzaken verklaarde zich in meerdere zaken onbevoegd en wees verzoeken om voorlopige voorzieningen af.
Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken, stellende dat het medische oordeel nadelige gevolgen kan hebben voor haar verzoeken waarop nog niet was beslist. APC en de regering stelden dat appellante inmiddels de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt, waardoor het medische oordeel geen betekenis meer heeft en appellante geen procesbelang meer heeft.
De Raad van Beroep oordeelde dat het Gerecht terecht het bezwaar tegen het uitblijven van een beslissing niet opnieuw kon behandelen en dat de afkeuringsprocedure wegens ongeschiktheid met het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd was geëindigd. Hierdoor heeft appellante geen procesbelang meer bij het hoger beroep. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard voor de zaken waarin het Gerecht zich onbevoegd had verklaard, en de Raad bevestigde de onbevoegdverklaring in een zaak. Voor de verzoeken om voorlopige voorziening is de Raad onbevoegd om te beslissen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.