ECLI:NL:ORBAACM:2022:35
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J. Sybesma
- P.J. Thijssen
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade wegens niet tijdig nakomen rechterlijke opdracht bevordering ambtenaar
Appellant, een ambtenaar sinds 2008, verzocht in 2016 om bevordering naar een hogere salarisschaal. Na het uitblijven van een beslissing verklaarde het Gerecht in Ambtenarenzaken in 2019 het bezwaar van appellant gegrond en beval binnen twee maanden een beslissing te nemen. Geïntimeerde gaf hieraan geen gevolg, waarna appellant een bezwaar indiende op grond van artikel 96 van Pro de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La).
Het Gerecht wees dit bezwaar af omdat nog niet met zekerheid vaststond of appellant schade had geleden, aangezien niet was vastgesteld of het bevorderingsverzoek gegrond was. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat ook immateriële schade vergoed moest worden vanwege de frustratie en onzekerheid door de weigering van geïntimeerde om de rechterlijke opdracht uit te voeren.
De Raad van Beroep oordeelde dat artikel 96 La Pro een zelfstandig rechtsmiddel biedt tegen het niet of niet volledig opvolgen van rechterlijke uitspraken en dat immateriële schade onder bepaalde voorwaarden vergoed kan worden. Hoewel appellant geen geestelijk letsel of ernstige inbreuk op persoonlijke rechten aannemelijk maakte, erkende de Raad dat de langdurige weigering een inbreuk maakte op zijn recht op een inhoudelijke behandeling.
De Raad stelde daarom vast dat de frustratie en spanning als gevolg van het niet tijdig nakomen van de rechterlijke opdracht gelijkgesteld kunnen worden aan immateriële schade en kende een vergoeding toe van Afl. 1.000,00. Tevens werd geïntimeerde veroordeeld tot betaling van proceskosten van Afl. 1.400,00. De eerdere uitspraak werd vernietigd en het bezwaar gegrond verklaard.
Uitkomst: De Gouverneur van Aruba is veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade van Afl. 1.000,00 en proceskosten van Afl. 1.400,00 wegens het niet tijdig opvolgen van een rechterlijke opdracht.