Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
27 september 2021, nr. GAZA AUA202100912 (ECLI:NL:OGAACMB:2021:95; aangevallen uitspraak), in het geding tussen:
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellante, werkzaam als Chef Salarisadministratie bij de Directie Financiën, werd in 2014 geschorst met behoud van bezoldiging en ging in 2017 met pensioen. Zij verzocht in 2019 om uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen en ATV-dagen die zij meende te hebben opgebouwd vóór en tijdens haar schorsing. De Minister wees dit verzoek af, en het Gerecht in Ambtenarenzaken verklaarde het bezwaar ongegrond.
Het Gerecht oordeelde dat er geen wettelijke aanspraak bestaat op uitbetaling van vakantiedagen, behalve in situaties waarin deze op pensioendatum niet konden worden opgenomen. Appellante had op dat moment geen dergelijke dagen. De schorsing werd niet als een situatie erkend waarin vakantiedagen konden worden uitbetaald, omdat zij niet wegens dringende dienstbelangen waren geweigerd. Ook voor ATV-dagen bestaat geen wettelijke of buitenwettelijke uitbetalingsgrondslag.
Appellante stelde dat haar schorsing onterecht was en dat het onrechtvaardig is dat zij geen aanspraak kan maken op uitbetaling van vakantiedagen die zij niet kon opnemen door de schorsing. Geïntimeerden verwezen naar eerdere uitspraken waarin de schorsing als rechtmatig werd bevestigd en benadrukten dat de wet geen uitzondering maakt voor schorsingen.
De Raad van Beroep volgt het Gerecht en de geïntimeerden, wijst het beroep af en bevestigt dat de wet geen grondslag biedt voor uitbetaling in de door appellante geschetste situatie. Een uitbetaling zou leiden tot een ongerijmde dubbele betaling over een periode waarin zij niet werkte maar wel bezoldigd werd. De uitspraak van het Gerecht wordt bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen en ATV-dagen wordt niet toegewezen.