Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
[appellant],
18 september 2017, AUA201600601 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen:
de minister van Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
verklaarthet hoger beroep
niet-ontvankelijk.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant heeft op 19 oktober 2017 een pro forma beroepschrift ingediend tegen een uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba. Dit beroepschrift bevatte echter niet de vereiste gronden waarop het hoger beroep berust. De Raad heeft appellant bij brief van 24 november 2017 een termijn gesteld tot 22 december 2017 om de gronden alsnog aan te vullen.
Appellant heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid en ook geen uitstel verzocht. Op grond hiervan heeft de Raad toepassing gegeven aan artikel 106, eerste lid, van de Lvar en het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De beslissing is genomen door de voorzitter en leden van de Raad en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2021. Hiermee is het hoger beroep definitief afgewezen vanwege het ontbreken van de noodzakelijke beroepsgronden.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift en het niet herstellen van dit verzuim binnen de gestelde termijn.