ECLI:NL:ORBAACM:2017:7
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Herziening
- D. Haan
- L.C. Hoefdraad
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening in ambtenarenzaak wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoekers hebben bij de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken een verzoek tot herziening ingediend van een eerdere uitspraak uit 2014. Zij stelden dat de Raad ten onrechte had aangenomen dat zij tegen een nieuwe beslissing van de Minister van Algemene Zaken uit 2012 in rechte waren opgekomen, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Raad oordeelde dat artikel 135, tweede lid, van de Landsverordening ambtenarenrecht geen grondslag biedt voor herziening bij een vermeende misslag van de Raad, hetzij in de rechtsuitleg of feitelijke vaststelling. Herziening is slechts mogelijk indien sprake is van een omstandigheid die bij de eerdere beoordeling niet bekend was en ernstige twijfel aan de uitspraak doet ontstaan.
Verzoekers konden geen nieuwe feiten aandragen die niet eerder bekend waren en die aanleiding zouden kunnen geven tot herziening. Het betrof een vermeende misslag die geen grond vormt voor herziening. Daarom wees de Raad het verzoek af.
De uitspraak werd op 30 mei 2017 openbaar uitgesproken door de voorzitter en leden van de Raad, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten die aanleiding geven tot herziening.