ECLI:NL:OGHNAA:2006:BG1525
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- W.P.M. ter Berg
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring vreemdeling wegens onvoldoende motivering
De gezaghebber van het eilandgebied Curaçao heeft de verwijdering en inbewaringstelling van een vreemdeling gelast en hem tevens voor drie jaar de toegang tot de Nederlandse Antillen ontzegd. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze ongewenstverklaring, dat door de rechtbank in eerste aanleg gedeeltelijk werd toegewezen. De gezaghebber stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Het Hof oordeelde dat artikel 2, vierde lid, van het Toelatingsbesluit wel degelijk een wettelijke grondslag biedt voor de ongewenstverklaring, ook voor kort verblijf als toerist. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat deze bepaling niet van toepassing was omdat de vreemdeling geen toerist was in de zin van de LTU.
Echter oordeelde het Hof ook dat de motivering van de beschikking van 21 februari 2005 ontoereikend was, vergelijkbaar met een eerdere vernietiging van een gerelateerde beschikking wegens gebrek aan motivering. Daarom werd de beschikking vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard.
Het Hof veroordeelde de Minister van Justitie tot vergoeding van proceskosten en het terugbetalen van griffierecht. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2006 door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.