ECLI:NL:OGHACMB:2026:84
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet vervallen wegens niet-betaling griffierecht zonder taxatie
In deze zaak staat centraal of het hoger beroep van appellante is vervallen wegens niet-betaling van het griffierecht. Appellante kwam in hoger beroep tegen een vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao. De Hofgriffie stelde appellante in de gelegenheid zich uit te laten over het verval van het hoger beroep.
De wettelijke regeling (art. 270 lid 5 Rv Pro) bepaalt dat het hoger beroep vervalt indien het griffierecht niet binnen de gestelde termijn wordt betaald, tenzij de griffier het bedrag niet heeft getaxeerd en medegedeeld. In Curaçao bestaat geen hardheidsclausule zoals in Europees Nederland, maar het hof erkent dat toepassing van art. 270 lid 5 Rv Pro buiten toepassing moet worden gelaten indien dit leidt tot schending van het recht op toegang tot de rechter (art. 6 EVRM Pro).
In deze zaak bleek dat de griffier het griffierecht niet had getaxeerd en medegedeeld aan appellante of haar advocaat. Daarom draagt het hof de griffier op alsnog te taxeren en appellante binnen zes weken na mededeling van het bedrag te laten betalen. Bij tijdige betaling geldt het hoger beroep als niet-vervallen. De termijn voor het indienen van een memorie van grieven is verstreken, maar dit is niet relevant voor het verval van het hoger beroep.
Het hof wijst erop dat het al dan niet toewijzen van een advocaat door de SOAW niet van belang is voor de vraag of het hoger beroep is vervallen. Het vonnis is gewezen door drie leden van het hof en uitgesproken in openbare terechtzitting op 25 maart 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet vervallen omdat het griffierecht niet is getaxeerd; taxatie volgt met betalingstermijn waarna het beroep in stand blijft bij tijdige betaling.